De Oude Man zingt uit Volle Borst (voor Mamello)

by George M. Welling

/
1.
Niet alleen in het stadion, het kan echt overal Het werkt echt bevrijdend zoals ik U tonen zal Je hebt er niets voor nodig, want een stem heeft iedereen Iedere heer uit Vries, of een Fries uit Herenveen Neem snel even een slok, Uit je glas of uit je mok En schraap even de keel, Want dat staat professioneel Uit volle borst, zingen we allen samen Uit volle borst, ga er maar voor staan Uit volle borst, geen mens hoeft zich te schamen Al zing je knetter vals of tegen de toon aan Kom je uit Heteren of Horst Al ben je onderdaan of vorst Houd je van kaas of meer van worst Zing met mij mee uit volle borst Niet alleen in koren of zondags in de kerk Het kan ook op maandag desnoods onder het werk Ben je niet in de stemming, heb je gewoon geen zin Doe toch maar lekker mee, zelfs Armand is niet te min Slaak een diepe zucht en pomp je vol met lucht Zodat als de inval komt je stem niet ineens verstomt Uit volle borst, zingen we allen samen Uit volle borst, ga er maar voor staan Uit volle borst, geen mens hoeft zich te schamen Al zing je knetter vals of tegen de toon aan Houd je van brood maar niet van korst Heb je je hele leven dorst Al ben je vier weken geschorst Zing met mij mee uit volle borst Niet alleen in opera of bij de Music hall Het werkt vaak veel beter dan paracetamol Het werkt bevrijdend, is goed voor het gemoed Onder de douche, in bad, of waar je het ook doet Al heb je misschien niet veel, gebruik dat lichaamsdeel Doe nu de borst vooruit, dat is beter voor ’t geluid Uit volle borst, zingen we allen samen Uit volle borst, ga er maar voor staan Uit volle borst, geen mens hoeft zich te schamen Al zing je knetter vals of tegen de toon aan Al heb je nooit een drup gemorst En woont je baas in Grubbenvorst, Al eet je enkel Hema-worst Zing met mij mee uit volle borst Uit volle borst, zingen we allen samen Uit volle borst, ga er maar voor staan Uit volle borst, geen mens hoeft zich te schamen Al zing je knetter vals of tegen de toon aan Ben je nors, norser of ‘t norst Heb je als soep het liefste borsjt Heb je een zwaar lot getorst Zing met mij mee uit volle borst ©2013
2.
Eenzaam gebogen over boeken, ze werken zich bijkans kapot Met holle ogen, holle wangen, eenzaam op hun studentenkot Terwijl de Stadjers als maar feesten, alsof er echt geen maat op staat Soms komen ze elkaar tegen als de student naar college gaat ’s morgens vroeg weer op het fietsje met de broodtrommel achterop De Stadjers, dronken en baldadig, werpen hun alles naar de kop De Stadjers kruipen zo hun nest in, die zie je niet voor ’t middaguur Want slapen, zuipen, kotsen is nu eenmaal hun natuur Refrein: Stadjers en studenten, dat komt nooit meer goed Omdat die stomme stadjers niet snappen hoe het moet Dat je je netjes moet gedragen, dat je van junks geen fietsen koopt Dat je niet hard hoeft te schreeuwen als je ’s nachts door de straten loopt Ze spelen elitair slechts hockey, twee keer per jaar op wintersport Dat kan een student niet lijden, want vier jaar is maar zo kort Zij moeten zwoegen voor tentamens, ze zijn hun studie toegewijd En dat kan iedere prof beamen, die doen ze allemaal op tijd Maar zie de Stadjers met hun huizen met honderd kratten op het balkon En als het eventjes mooi weer is, zitten ze te bakken in de zon Ze zijn een plaag voor de omgeving, van hygiëne nooit gehoord De ratten lopen door de gangen, ’t lijkt een mindere mensensoort Ze hebben rare rituelen voor je een echte Stadjer wordt Dat duurde vroeger soms wel weken, dat is tegenwoordig ingekort De oude Stadjers als kampbeulen jagen de aspiranten op Die mogen daar niet over klagen, die krijgen klappen op de kop En de studenten al maar blokken want hun vier jaar is zo voorbij Geen tijd voor oeverloos ouwehoeren, ff voor een gala-danspartij Geen tijd voor zomerse terrassen, geen tijd voor slempen op de kroeg Want morgen is er weer college en de wekker gaat zo vroeg Misschien na het afstuderen is er misschien toch nog even tijd Te leven als een echte Stadjer, die de dag het liefst vermijdt Die in de nacht van kroeg naar kroeg gaat, stopt pas bij het eerste licht Want speciaal voor alle Stadjers gaan de kroegen hier nooit dicht De stad zou zo mooi kunnen wezen als er geen Stadjers zouden zijn Geen geschreeuw meer in de straten, geen duizend fietsen bij de trein Ze hebben het voorbeeld van studenten, ze zien het rond zich overal Het is niet besteed aan onze Stadjer, het is een hopeloos geval ©2013 George M. Welling
3.
Voordat er iets flinks gebeurde En men de beving echt bespeurde Had niemand er ooit van gehoord Dat daar het gas werd aangeboord Van de hele Lopster toren Hadden zij nooit mogen horen Pé en Rinus en hun band Zijn landelijk niet erg bekend Het probleem van Loppersum Is natuurlijk de bodem Daarin zit die grote gasbel Van de hemel in de hel Want wat voorspoed leek te borgen Leidt alleen nog maar naar zorgen Iedereen in de omgeving Angstig voor een nieuwe beving Refrein: 3.4 op de schaal van Richter Is geen probleem zegt de voorlichter Pas bij vijf of zes of zeven Staat de boel pas goed te beven En volgens de hoofdingenieur Is het allemaal gezeur Ieder huis heeft nu zijn scheuren En het is niet om te zeuren Dat men nu om aandacht vraagt Het is eigenlijk echt godgeklaagd Het blijft vast weer bij mooie worden Zo gaat het altijd met het noorden Maar door al dat gasgeboor Slaapt hier niemand rustig door Den Haag geilt altijd op de baten Maar praten met de bureaucraten Over vergoeding van de schade Lijkt wel vragen om genade Want in tijden van recessie Komt het noorden onder pressie Hoewel men wou dat ’t niet zo was Kan het land kan niet zonder gas Het zijn geen verre vreemde dromen Ook mijn huis is niet ontkomen En ik woon dus in stad ’t Wordt allemaal zo onderschat Niemand die het wil geloven Maar mijn pui is flink verschoven Zou ik nog in Mokum wonen Dan hoefde ik niets aan te tonen Want als daar een huis verzakt Wordt dat grootscheeps opgepakt Dan moet het hele land het horen Dat ze geen tunnels kunnen boren Maar de kurk waarop het land drijft Economisch ook gezond blijft Die ligt niet onder Amsterdam Dus is er vrij spel voor de NAM Wie boven op de gasbel wonen Mogen proberen aan te tonen Het is echt niet vanzelf gebeurd Dat een muur niet zo maar scheurt ’t Is niet te wijten aan het slijten Maar aan booractiviteiten En het gas is handelswaar Het noorden is weer de sigaar Want Slochteren en Loppersum Dat kent geen mens in Hilversum Daar wonen toch alleen maar boeren Laat die rustig ouwehoeren Die hebben altijd te klagen Geen reden voor Kamervragen Maar ik denk dan als het zo ligt Gaat die kraan toch lekker dicht ©2013 George M. Welling
4.
De oude zanger wil gaan stoppen Want het spelen valt hem zwaar En het trekken langs theaters Die hij al zag in ’t vorig jaar Maar wie zal dan een ei bezingen Of een kale kapitein Wie zal gebakken lucht vervloeken Wie zal dan mijn voorbeeld zijn De oude zanger wil gaan stoppen Hoewel hij niet is uitgeblust Het geheugen wordt wat minder Is hij zich al te zeer bewust Maar ook Wim Kan had grote borden Voor zich liggen op de grond Om zijn teksten te onthouden Niemand die dat bezwaarlijk vond De oude zanger wil gaan stoppen Nog één tournee, dan is ’t voorbij Nog één keer langs de theaters Met een dame aan zijn zij Maar zij kan je toch souffleren Ze is nog jong, kent ieder woord Beter toch dan voorgoed zwijgen Dat wie het wil jouw lied nog hoort De oude zanger wil gaan stoppen Maar ik vraag hem: doe het niet Liever jouw bejaarde zangstem In een nieuw geschreven lied Dan de pulp die de commercie Iedere dag over ons uitstrooit In je kist mag je gaan zwijgen Maar daarvoor echt liever nooit © 2013 George Welling
5.
Management 03:17
Management Onderwijs of vuilstort, het is allemaal een proces En hoe je dat moet managen hebben zij geleerd op les Ze kennen maar een liedje en dat heeft als slecht refrein Dat er hoe dan ook altijd meer managers nodig zijn Inhoudelijke kennis vinden ze overschat Dat kan op 1 A4tje samen worden gevat En jaren van ervaring, dat is ook zo’n ding Dat staat alleen maar in de weg van de verandering Refrein: Het is tuig, het is schorem, hang ze aan de hoogste boom Het plezier in werk vergallen, dat is hun natte droom Ik heb geen vertrouwen en zeker geen ontzag Wat mij betreft vandaag nog allemaal ontslag Wat mij betreft vandaag nog allemaal ontslag Wanneer het management weer een cursus heeft gehad Dan gaat er wat gebeuren, maak dan je borst maar nat Want alle nieuwe fratsen, die ze daar hebben geleerd Moeten dan acuut op de werkvloer geprobeerd Want als het elders kan, dan kan het ook vast hier Of het ook echt nodig is interesseert ze dus geen zier Als je houdt van lullen en je vak niet zo goed kent Dan is er altijd plaats voor jou bij het management Zijn het slechte mensen, hebben ze een zware jeugd gehad Is het een wraakneming omdat iemand aan ze zat Zijn ze te klein geschapen, of zijn ze flatuleus Zijn ze eigenlijk te dom, of alleen maar pretentieus Soms vraag ik me wel af hoe het vroeger is geweest Werken zonder managers, het lijkt me echt een feest Geen formats, protocollen, niet weer een formulier Niet oeverloos vergaderen, maar werken met plezier ©2013 George M. Welling
6.
Bonobos 04:01
Een boekje over Bonobo’s vond ik als kind zo interessant Dat ga ik ook proberen, dacht ik toen bijdehand Dus toen de juffrouw langs kwam en ik mijn les niet had geleerd Liet ik mijn broek maar zakken, maar het werd niet gewaardeerd Ref: Ik kreeg een klap voor mijn kop en een trap voor mijn reet Of ik soms gestoord was, of ik dat wel vaker deed Want mensen en bonobo’s, dat is een groot verschil Omdat de een het altijd wel en de ander zelden wil De een vind het zo kostbaar, dat ie er desnoods voor betaalt De ander vind het zo gewoon, dat ie ’t overal gratis haalt Ieder klein conflictje lossen die apen soepel op Door eventjes van bil te gaan voelen ze zich weer top Dus toen de buurvrouw klagen kwam over wat overlast Bood ik haar een wippie aan, maar ze vond dat ongepast Die apen die zijn zo relaxt, neem daar een voorbeeld aan Niets helpt toch beter dan je lekker laten gaan Toen de politie mij eens aanhield en een bekeuring gaf Liet ik mijn broek weer zakken en zei: ”reageer je lekker af” Mannen of vrouwen, daar zit zo’n aap niet mee Later op het sportveld leek het mij een prachtidee Toen de trainer weer wat brulde en ik had niet meer zo’n zin Liet ik mijn broek maar zakken en zei, steek ‘m er maar in Genetisch is het verschil hoogstens een kleinigheid Maar de leukste genen zijn wij dus wel kwijt Want toen op mijn CD-hoes de bepaling stond Dat ik betaling in natura ook wel prima vond ©2013 George M. Welling
7.
Steentje 02:15
Ik weet niet waarom ik ben gekomen Ik weet niet waarom ik hier sta Ik heb een steentje meegenomen Dat ik straks neerleg als ik ga Als teken dat ik hier geweest ben En dat jouw naam nog wordt gekend Dat het nog altijd niet wil wennen Dat jij er zelf nu niet meer bent Ik sta hier toch wat ongemakkelijk Want het is voor mij en niet voor jou Want in de grond kan ’t jou niet schelen Hoe een vriend omgaat met rouw Hoewel je mij niet meer kan horen Zeg ik zacht een keer je naam Jij hebt de strijd voorgoed verloren Terwijl wij verder moeten gaan Het is bij de Joden een gewoonte Die ook voor mij veel waarde heeft Want hoewel je bent gestorven zegt het Dat de herinnering nog leeft Ik ga weer weg, hier is mijn steentje Wie weet misschien tot volgend jaar Dan kom ik weer een steentje brengen Ik mompel zachtjes “au revoir, mon ami, au revoir” ©2013 George M. Welling
8.
Ze liep mijn feestje binnen Met een cadeautje in haar hand Ze zag er meer dan goed uit Net terug uit Griekenland Ze keek me met zo’n blik aan Van wat moet je nou met haar Je kunt het wel ontkennen Maar wij horen bij elkaar Ik zat daar niet op te wachten Ik was eindelijk stabiel Blij dat ik iemand had gevonden Die echt veel van me hield Wij hadden een verleden Van aan en dan weer uit Dus geen enkele garantie Maar je zat onder mijn huid Scherven brengen soms geluk Maar zeker niet altijd Maar soms moet er eerst iets stuk Voor er iets nieuws gedijt Ik zal het niet ontkennen Het verdient geen schoonheidsprijs Maar ik dacht als ik net niet doe Dan ben ik niet goed wijs Dus de avond werd besloten Door ons samen in jouw bed Ik voelde me een winnaar Maar tegelijk een laag sujet Het is zo lang geleden Al bijna veertig jaar Het bleek de juiste keuze Want we zijn nog bij elkaar Soms moet je eieren breken Voor het bakken van een taart Ik heb er ook geen spijt van Want ik weet het was het waard ©2012 George M. Welling
9.
Ik heb in de kerk gezongen en diende er de mis Dat klinkt wat dubbelzinnig, hoewel het ’t echt niet is Mijn ma was roomser dan de paus, mijn pa recht in de leer En alles wat we deden was voor de lieve Heer Die aardige pastoor aaide heel soms door mijn haar Dat deed mijn vader ook dus dat vond ik geen bezwaar En onze kapelaan dat was een toffe gast Die heeft voor zover ik weet niemand ooit betast Over de hopman der verkenners ging wel een raar verhaal Die was zoals men zei wat al te cordiaal Maar ik zat op de welpen en verder ging ik niet En over mijn akela schrijf ik later nog een lied Ik zat ook nog bij de nonnen op de kleuter school Die waren alleen streng en zeker niet frivool Later bij de broeders is er ook niets vreemds gebeurd Niet een heeft mij ooit bronstig zijn kamer ingesleurd De paters jezuïeten waar ik daarna les van had Waren rare kwasten zo kort samengevat Ze stonken naar sigaren, naar jenever en naar wijn Maar ik kan niet getuigen dat het kinderlokkers zijn Erudiete kerels, waar ik veel van heb geleerd Niet een heeft er ooit iets vunzigs geprobeerd Mijn broer heeft wel verhalen, maar uit de derde hand Maar ik zweer op de bijbel, ik ben nooit aangerand Bij de Augustijnen daar was het altijd feest Menige pater is hem in die tijd gesjeesd Die gingen dan ook trouwen, de kerk liep langzaam leeg Mij is nooit iets gebeurd, zodat ik nu overweeg Was ik soms te lelijk, te eigenwijs of dik Geen priester kwam mij ooit te na, zelfs geen ogenblik En door al die verhalen die er nu worden verteld Voel ik me nu achteraf soms echt achtergesteld ©2012 George M. Welling
10.
De Melkboer 02:46
De bakker herkent men aan zijn bollen De Zeeuwse aan haar klederdracht De hond herkent men aan zijn drollen En de melkboer aan zijn nageslacht De boom herkent men aan zijn vruchten Mona Lisa aan de manier waarop ze lacht De pornoster herkent men aan haar zuchten En de melkboer aan zijn nageslacht Refrein: Als er een kindje werd geboren Dat niet op de vader leek Zei men, die is van de melkboer Bij ons in de streek De paus herkent men aan zijn bullen Het schaap herkent men aan zijn vacht De een herkent men tussen nullen En de melkboer aan zijn nageslacht De vos herkent men aan zijn streken Sinterklaas aan de pakjes die hij bracht De pastoor herkent men aan zijn preken En de melkboer aan zijn nageslacht Een lekker ding herkent men aan zijn billen De negen omdat die komt na acht De wielrenner herkent men aan zijn pillen En de melkboer aan zijn nageslacht Een postbode herkent men aan zijn stukken En de vogels aan hun verenpracht Een vrouw herkent men aan haar nukken En de melkboer aan zijn nageslacht De beiaardier herkent men aan zijn bellen De querulant herkent men aan zijn klacht De pooier herkent men aan zijn dellen En de melkboer aan zijn nageslacht De schilder herkent men aan zijn kwasten De gordel herkent men aan smaragd De waard herkent men aan zijn gasten En de melkboer aan zijn nageslacht De slager herkent men aan zijn ballen De vorst herkent men aan de erewacht De dronkaard herkend men aan zijn lallen En de melkboer aan zijn nageslacht De dichter herkent men aan zijn rijmen De vijand aan zijn overmacht De kruiper herkent men aan zijn slijmen En de melkboer aan zijn nageslacht ©2012 George M. Welling
11.
Zwart-wit De wereld was toen nog zwart-wit, de kachel en de kolenkit Het kolenhok was buiten Een keer per jaar de kolenboer, dan gingen er kranten op de vloer Vitrage voor de ruiten Een buitenwijk van Amsterdam, waar mijn broertje ook ter wereld kwam En later ook mijn zusje De bakker met een bakfiets reed, ik heitje voor een karweitje deed Een kwartje voor een klusje Een Duitser was nog steeds een mof Mijn Opa’s Solex was een plof De wereld was veel kleiner Vakantie was uit logeren gaan Bij een oom en tante aan de Zaan Maar bij Opa was het fijner Want op zijn plantenkwekerij Deden we precies wat Opa zei Het leek soms bijna werken Je kreeg je zelfverdiende geld Dan in je handje uitgeteld En zondags braaf ter kerke En daarna als het even kon Met vader naar het stadion We liepen naar De Meer toe Pietje Keizer en Sjaak Zwart Ik kreeg meteen een Ajax hart Het wordt tijd dat ik dat weer doe De straat waar je nog spelen kon, voetbal en ’s zomers badminton Dan spanden we een netje Scouting was padvinderij, ’s zaterdags dan ging ik blij Naar de welpen met mijn petje En ’s avonds moesten we dan in bad, omdat ons huis geen douchecel had Was dat een teiltje in de keuken Moeder met de kappersschaar, scherpe shampoo in mijn haar Zodat mijn kop ging jeuken De pick-up werd aangezet, want we mochten laat naar bed Luis Prima stond te zingen Omdat het zaterdagavond was speelden we kaart in kamerjas Voordat we naar bed gingen Ik was nog klein maar ik vond het fijn, met de tram naar het Rembrandtsplein Om naar de Cineac te lopen En dan het Polygoon journaal , de stem van Philip Bloemendaal De wereld ging dan open Sputnik, de eerste satelliet, teevee hadden we thuis nog niet Wij keken bij de buren Woensdagmiddag met een groep bij de buren op de stoep Voor Pipo’s avonturen Stan en Ollie op het doek Ranja en Bastogne koek Maar Tarzan was het beste Een dierenfilm was ook wel mooi Maar liever zag ik toch cowboys Zo uit het Wilde Westen En de held van iedereen Dat was natuurlijk die John Wayne Maar voor sommige ook Elvis Meisjes vond ik erg vaag Wat neuken was, dat was de vraag Ik had een vriendje die dat wel wist De foto’s bij de cinema van dames voor de camera Je hart sloeg dan wat rapper Eens in de maand een bijzondere dag, plaatjes kijken in De Lach Wachtend bij de kapper Pikante plaatjes van Bardot, de Beatles op de radio Er stond wat te gebeuren De pil en toen de minirok, de paus die zich te pletter schrok Op teevee de eerste kleuren Kennedy was al vermoord, de rust werd toen voorgoed verstoord Door wat we steeds meer zagen Oorlog en honger op de buis Vietnam, Biafra in je huis Ik begon mij af te vragen Waarom het niet meer simpel was Zoals toen mijn oma sprookjes las En waarom die dinsdagavond Niets nog langer wit en zwart Alles werd ineens keihard Langs het randje van de afgrond Niets meer zoals het was voor mij Mijn hele jeugd ineens voorbij Ik wou niet meer buiten spelen Geloven deed ik ook niet meer Voor mij geen kerk of Lieve Heer Met zijn loze rituelen Nu verlang ik soms weer terug Naar die straat bij de Linnaeusbrug Maar mijn kinderjaren Toen zwart zwart was en wit wit Conny Froebuβ had een hit En mijn pa rookte sigaren Zwart-wit kinderjaren ©2012
12.
Er is een zanger Jannes, volgens mij is dat een Drent Ik zag hem één keer op teevee, ’t leek me best een leuke vent Hij zingt vrolijke liedjes en maakt zo de mensen blij Maar ik zing niet over hem en hij niet over mij Hij is op weg naar Rotterdam, maar ik weet niet waar dat ligt Ik dacht ergens bij Den Haag, maar misschien ook bij Maastricht Als voormalig Amsterdammer is ’t voor mij een blinde vlek Die plaatsnaam en die voetbalclub, krijg ik niet uit mijn bek Ze hebben daar een haven en een groot sportpaleis Daar treden ook artiesten op voor een mooie prijs Het schijnt heel wat te wezen dat hij dat heeft gehaald Ik hoop dat hij goed terug komt en ondertussen niet verdwaald Men kent mijn sarcasme en mijn harde ironie Mijn pakkende coupletten, voorzien van melodie Altijd wel een kwinkslag, of een verborgen grap Maar ik ga mij niet verlagen tot goedkope achterklap Ze dachten dat wordt lachen, als hij over Jannes schrijft En met het volkse repertoire eens lekker de spot drijft Over alles kan ik schrijven, over alles wel een lied Maar alleen over Jannes doe ik dat zeker niet ©2012 George M. Welling
13.
Maximalist 03:06
zo'n kroontje op je kop, dat is toch geen gezicht en ook bij je vrouw niet, al is 't een lekker wicht zo’n hermelijnen mantel is ook niet van deze tijd het staat niet bij het pak waarin je straks naar voren schrijdt je overgrootmoe zei het al, Eenzaam maar niet alleen Of wil je lintjes knippen in Gasselternijveen Maar dat kan allemaal geregeld zonder dat je koning bent Dan kiezen we gewoon Maxima als onze president Je houdt van uniformen maar die mag je nooit meer aan Heb je jarenlang voor niks je stinkende best gedaan Je mag ook niets meer zeggen over wat je zoal vindt Het is echt meer een baantje voor een onmondig kind Helemaal gevangen door wet en protocol Mag jij lintjes knippen in Echt of Amerstol Maar dat kan allemaal geregeld zonder dat je koning bent Dan kiezen we gewoon Maxima als onze president Je moet je nu gedragen als het hockeyteam weer wint Niet zo’n duik er bovenop die je zo lekker vindt En ook lekker scheuren dat is er niet meer bij Achter in zo’n koets, daarvan word jij niet blij Geen watermanagement meer, maar een baantje als symbool Lekker lintjes knippen bij een school in Roodeschool Maar dat kan allemaal geregeld zonder dat je koning bent Dan kiezen we gewoon Maxima als onze president Luister beste Alex, je bent er voor opgeleid Maar al die leuke dingen die wil je toch niet kwijt Lintjes knippen of uitdelen, dat is toch geen echte baan Daarvoor ben jij toch niet in Leiden schoolgegaan En ook het IOC, dat is verleden tijd Lintjes knippen en symbool zijn totdat je overlijdt Maar dat kan allemaal geregeld zonder dat je koning bent Dan kiezen we gewoon Maxima als onze president Nederland een koninkrijk, dat is een raar verhaal Daar is nooit over gestemd, dus dat lijkt me illegaal Van Hogendorp en vriendjes, die vonden dat wel mooi En daarom zitten wij al eeuwen met die zooi Als hij het lintjes knippen zo hoog zitten heeft Laat hem lintjes knippen zolang als hij maar leeft Dan kan allemaal geregeld zonder dat ie koning is Maar Maxima als president, want ik ben wel maximalist ©2013 George Welling
14.
Vakantie in Griekenland is nogal populair Het is net drie uur vliegen, dus eigenlijk niet zo ver er zijn goedkope vluchten van bijvoorbeeld Ryan Air Het is een soort Turkije, maar net iets minder ordinair Ze maken veel reclame in de krant en op de STER Het is echt voor Jan en Alleman, bepaald niet elitair Iedereen is welkom, pacifist of militair Het prinselijke paar of gewoon een miljardair De financiële toestand is wat je noemt precair Maar de Grieken horen bij ons ten minste monetair En stappen ze uit de Euro zo zei mij ooit een expert Dan is een lange crisis bepaald niet imaginair Hun muziek is best te pruimen, maar het zingen is geblèr Zij dansen de sirtaki en doen dat met veel flair Zij hupsen en zij springen, het is soms haast vulgair Ze missen de verfijning van bijvoorbeeld Fred Astaire Bij alles krijg je feta, dat is geen camembert Hoewel het dus wel kaas is maar het verschilt moleculair Het eten is er aangenaam, maar niet echt culinair Soms hoor men echter klachten over het sanitair Het is er vaak te warm voor een trui of een colbert Maar ’s avonds kan het fris zijn vooral na het dessert Wanneer men zich dan ontspant op terrasjes en plein air Neem dan een omslagdoek mee van zijde of mohair Rijmen in Griekenland, dat doet men van oudsher Behalve dan Homerus die was nog niet zo ver Maar verder zijn de Grieken zeker literair En spreekt men over Zeus dan bedoelt men Jupiter En als U weer terug komt, desnoods met Martinair Dan gooit U thuis de borden stuk tegen het meubilair Je drinkt natuurlijk ouzo en niet langer Jupiler En U speelt voortaan tric-trac en niet langer solitair Zorba daar, Zorba hier, doet U mij een glaasje bier Zorba daar, Zorba hier, ook een voor de brigadier Zorba daar, Zorba hier, een Griek is nog geen Batavier Zorba daar, Zorba hier,kijk daar gaat een drugskoerier Zorba daar, Zorba hier, is er nog closetpapier Zorba daar, Zorba hier, twee en twee blijft altijd vier Zorba daar, Zorba hier, houd eens op met dat geklier Zorba daar, Zorba hier, het is nog lang geen speelkwartier Zorba daar, Zorba hier, later word ik rentenier Zorba daar, Zorba hier, rijmen brengt altijd plezier ©2012 George M. Welling
15.
Wat weet jij nou van pijn Wat weet jij nou van verdriet Ik zeg niet dat jij geen pijn hebt Dat beweer ik zeker niet Maar ik kan je wel verklappen Dit is pas het begin Het wordt allemaal nog erger En het heeft allemaal geen zin Wat weet jij nou van pijn Je bent nog veel te jong Straks ben je zelfs vergeten Hoe je de pijn verdrong Ik stond ooit waar jij nu staat Maar daar heb jij niets aan Ik kan niet voor jou voelen Of in jouw schoenen staan Dus kom in mijn armen Dan houd ik je vast Ik zal je verwarmen We delen de last Wat ik dan van pijn weet Wat schiet jij daar mee op Pijn kan je niet delen Pijn zit in je kop Het blijft aan je vreten Pijn holt je uit Pijn komt bij je wonen Kruipt onder je huid Dus kom in mijn armen En houd me goed vast Je moet me verwarmen We delen de last © 2013 George M. Welling
16.
Antoine Bodar Als je rooms bent opgevoed En je er later van ontdoet Blijft er altijd toch een zekere interesse Licht verbaasd over het applaus Voor de net gekozen paus De aandacht even afgeleid van de excessen De afschuwelijke verhalen De lange reeks schandalen Met zo’n nieuwe paus wordt dat allemaal beter Die maakt korte metten Zal de bakens wel verzetten Maar echt, ik geloof het voor geen meter Want met deze nieuwe man Komt er vast een nieuwe elan Het is echt weer een paus van de mensen Zijn bescheidenheid Pas precies bij deze tijd Een betere paus kunnen we ons niet wensen Wat ze in ’t verleden In Argentinië deden Daar heeft Franciscus echt niets mee te maken Hij is er voor alle zielen Behalve homofielen Die moeten eerst hun ware aard verzaken En dan komt Antoine Bodar En die zegt “het is niet waar, Je kunt het ook genuanceerd bekijken Praktijk verschilt van ideaal En meer van dat soort taal Hij begint op een advocaat te lijken Die van kwade zaken Nog wat probeert te maken Je vraagt je af, zou hij het zelf geloven Dat rechte dingen krom zijn Of denkt hij dat wij dom zijn En dat hij ons een roomse kool kan stoven De pastoor een vieze vent Het werd jarenlang ontkend Vele handen boven vele hoofden Bisschop, pastoor en kapelaan Ze hebben het allemaal gedaan Het is een wonder dat wij ze ooit geloofden Mannen in zwarte rokken Het zijn allemaal jokkebrokken Dat noemden ze het Rijke Roomsche Leven En die vuile smiechten Kunnen alles biechten En dan is het in één klap weer vergeven De bron van alle kwaad Is volgens mij het celibaat Dat is vragen om ellende Wie niet regelmatig wipt Raakt absoluut verknipt Als deze paus dat nou eens erkende Laat al die priesters trouwen Er zijn zat vrome vrouwen Die hiervoor in rijen staan te dringen Alle priesters, alle paters Hoeven niet naar psychiaters Als ze lekker in de kerk kunnen zingen En dan komt Antoine Bodar En dan zijn we de sigaar Hij begint weer ongelofelijk te zeiken Praktijk verschilt van ideaal En meer van dat soort taal Hij begint op een advocaat te lijken Die van kwade zaken Nog wat probeert te maken Je vraagt je af, zou hij het zelf geloven Dat rechte dingen krom zijn Of denkt hij dat wij dom zijn En dat hij ons een roomse kool kan stoven ©2013 George M. Welling
17.
Ik zit achterop maar ik heb het niet koud Mijn vader fietst, ik ben ik weet niet hoe oud Daar rijdt mijn moeder met een stoeltje voorop Daarin zit mijn zusje met een arm om haar pop Of het gebeurd is, is geen goede vraag Ik vind het zo mooi en ik zie het zo graag We gaan naar het Bosplan, zwembroeken mee Hoe lang het gaat duren, ik heb geen idee Mijn vader trapt door en we zingen een lied Terwijl mijn broer op zijn fietsje stevig afziet Of het gebeurd is, is geen goede vraag Ik vind het zo mooi en ik zie het zo graag Mijn oudste broer op zijn eigen fiets Een wielrenpet op, Pontiac of zoiets We nemen een pauze, ijs bij een ijsboer Allemaal een Green Spot, die zijn superstoer Of het gebeurd is, is geen goede vraag Ik vind het zo mooi en ik zie het zo graag Op het gras bij de vijver wordt de plaid uitgelegd De pistolen gepakt voor een watergevecht Mijn broer haalt de bal die ik het water inschiet Hij kan al zwemmen, ik kan dat nog niet Of het gebeurd is, is geen goede vraag Ik vind het zo mooi en ik zie het zo graag Er is een fles ranja en bekertjes mee Voor mijn ouders een thermosfles met warme thee Dat zie je haast nooit, pa in zijn korte broek En voor iedereen is er een Jodenkoek Of het gebeurd is, is geen goede vraag Ik vind het zo mooi en ik zie het zo graag Ik heb oude foto’s van ons in het bos En al die beelden laten mij niet meer los Het lijkt me zo fijn als het zo is gegaan Ik heb het verzonnen, maar dat gaat niemand aan Of het gebeurd is, is geen goede vraag Ik vind het zo mooi en ik wil het zo graag ©2013 George M. Welling
18.
Pech 03:35
Ergens in Honduras daar woont het volk de Pech Het zijn er nog twee duizend, de rest is al lang weg Het is het noodlot tarten als je je volk zo noemt Wij weten wel beter, want dan ben je verdoemd In de Pyreneeën daar ligt het dorpje Pech Maar daar gaat het reuze goed mee mensen trekken niet meer weg “Nomen est omen” zei men in het Latijn Wat ongeveer betekent, zoals je heet, zo zal je zijn Refrein: Pech, domme, domme pech Pech, het is zoals ik zeg Pech, alle kippen van de leg Pech, Willem Wever woont wijd weg In Schotse verhalen hoor je ook vaak over Pech Maar dat zijn een soort kabouters, ik hoop dat ik dat goed uitleg Hoewel ze nogal klein zijn, zijn ze sterker dan een beer En samen met de reuzen zetten ze megalieten neer En dan de Pech rivier, die stroomt in Afghanistan En dat die niets dan pech brengt, daar weet iedereen wel van Want als jij een land weet, dat meer pech heeft gehad Dan loop ik morgen met jou naar de stad Jalalabad Refrein Dan nog de pechvogel, die is overal bekend Hij lijkt sprekend op mij, zodat U hem snel herkent Hij probeert altijd van alles, maar meestal gaat dat mis Ik begin me af te vragen waarom dat nu mijn lot is ©2012 George M. Welling
19.
Eerst deden we de glazen en dan de andere dingen Dan de borden, het bestek en ondertussen zingen Plaisir d’amour kwam soms voorbij, net als de dronken zeeman Dan weer een bananenboot of wat alleen met twee kan Ten slotte dan de pannen, die lieten we vaak drogen Wij deden de lage stem en mijn zusters dan de hoge Refrein: Het afwaskoor zong vrolijk door Totdat de afwas af was Mijn zus sopraan, mijn broer tenor Zodat de afwas nooit een straf was En ging je uit logeren dan was dat even wennen Daar zongen ze soms liedjes die wij totaal niet kenden Dona nobis pacem en dat gedachten vrij zijn Het kon moeder’s parapluie of Het lied van de Mei zijn Ieder zong zijn eigen lied, Paradiso met zijn palmen Mijn vader Tantum Ergo en bij de buren psalmen Het succes van koren is vast hieruit geboren Het is allemaal vervanging voor het goede oude afwaskoor Want als ik nu de hond uitlaat dan hoor ik niemand zingen Ik denk dat men niet eens meer weet hoe onze liedjes gingen Muziek is er nog overal door dopjes in de oren Maar een canon of het slavenkoor is nergens meer te horen Apparaten in de keuken, het handwerk is verdrongen ’t is allemaal veel minder leuk en er wordt niet meer gezongen Eindrefrein: Het afwaskoor zingt niet meer door Is het niet om te grienen De teloorgang van de koorzang Door de afwasmachine
20.
Als ik het sleuteltje omdraai en de motor slaat aan Komt iedere dag de gedachte, waar zal ik nu eens heen gaan Ik heb nog zo weinig gezien en de wereld is zo groot Er zijn nog te veel plaatsen, die ik zien moet voor mijn dood Ik heb mijn pasjes in mijn zakken, dus aan geld geen gebrek Alle wegen staan open en niemand merkt mijn vertrek Naar Suez, Vladivostok, De Noordkaap of Cádiz De Tomtom vertelt de route, zodat ik nooit de weg verlies Misschien reis ik zonder doel, gewoon mijn neus achterna Of ik rij naar een vliegveld en vlieg naar Amerika Overal is iets bijzonders, een brug , kasteel of kerk Maar tussen daden en dromen ligt de weg naar mijn werk Ik ben niet ineens iemand anders, die alles achter laat Die 's morgens geen idee heeft waar hij 's avonds slapen gaat Ik durf niet zomaar te kiezen tussen noord, zuid, west of oost Ik ga gewoon naar mijn werk toe met vakanties als schrale troost Als iemand dit voorspeld had, had ik hem niet geloofd Dat ik alleen zou zwerven door mijn eigen hoofd Dat ik me steeds weer zou verbazen over dingen die ik denk Mijn rijke fantasie blijkt toch een godsgeschenk Want in mijn dromen ben ik over al geweest Ik heb alles gezien, ten minste in mijn geest Als ik er nooit zal komen, het maakt me niet veel uit Ik zag alles al van binnen, niet door een autoruit ©2011 George M. Welling
21.
Het wordt allemaal wat minder, ik draai daar niet omheen Het lijkt alsof de zon vroeger altijd veel feller scheen De dagen waren korter, de nacht twee keer zo lang En wat ze ook van me zeiden, ik ging gewoon mijn gang Maar ik zie nu zoveel scherper dan ik ‘t vroeger zag De gebreken en de pijntjes, die neem ik met een lach Ik zal niet zeggen dat ik blij ben met het fysiek verval Er is tot nu toe mee te leven, we zien wel wat er komen zal De vriendenkring wordt alsmaar kleiner, ach dat is zoals het gaat We zien elkaar op trieste dagen bij ’t afscheid van een kameraad We schudden handen, kussen wangen, we slaan ons samen door de pijn We proberen niet te denken wie de volgende zal zijn Ik doe ten slotte wat ik wil doen, ik sta hier en zing mijn lied Jij mag alles van mij weten, last van schaamte heb ik niet Maar jij zal er niets van leren, zoals ik dat ook nooit deed We zijn uiteindelijk als renners, in je eentje aan de meet ©2013 George M. Welling
22.
Wat een vertoning is zo’n kroning, Het hele land stond op zijn kop Allemaal gevallen voor de charme Van die Argentijnse mop Ook nog drie leuke meiden overal oranje rook Ik zag Amalia denken Dat wil ik later allemaal ook Maar het maakt mij een beetje ziek Zo krijgen we nooit een republiek Ik had liever zo’n prins Charles Met die Camilla aan zijn zij Als die hier hadden gezeten Was de monarchie zo voorbij Maar wij hebben een fijne koning En de mooiste koningin En drie schattige prinsesjes Daar gaat geen mens meer tegenin Maar het maakt mij een beetje ziek Zo krijgen we nooit een republiek Natuurlijk mag zo’n feest wat kosten Als je iets doet, doe het dan goed Maar moesten we niet bezuinigen Waren we niet eigenlijk bankroet De glamour van sprookje Leidt eventjes de aandacht af Van de rijen werkelozen Op weg naar de bedelstaf En het maakt mij een beetje ziek Zo krijgen we nooit een republiek Erfopvolging bracht in ’t verleden Menige kneus in het paleis Willem III was niet goed snik Willem II was niet goed wijs Het is gewoon geen goed principe Als je veredeling uitsluit Mijn oplossing is simpel Gooi toch die hele boel eruit Maar het maakt mij een beetje ziek Zo krijgen we nooit een republiek ©2013 George M. Welling

about

Alle liedjes zijn geschreven en worden uitgevoerd door George M. Welling. Dit zijn geen studio-opnames, maar demo's en live-opnames uit Café Marleen in Groningen. De opbrengst is geheel voor de Mamello Community Creche in Meloding, Zuid-Afrika. Maak 10 euro of meer over op rekening 5086199 tnv. G.M. Welling onder vermelding van Mamello.Geef aub aan of U ook nog de fysieke CD wilt ontvangen. Vergeet dan voor niet om uw adres door te geven.

credits

released August 28, 2013

Alle teksten en muziek: George M. Welling
Alle vocalen en instrumenten: George M. Welling

Coverfoto: Josephine Kurvers (2013)

license

all rights reserved

tags

about

George M. Welling Groningen, The Netherlands

Op mijn veertiende verjaardag kreeg ik een gitaar en daar is het allemaal misgegaan. Vele jaren en vele bandjes later besloot ik ineens om alleen nog maar Nederlandse liedjes te schrijven. Geniet ervan!

contact / help

Contact George M. Welling

Streaming and
Download help

Report this album or account

George M. Welling recommends:

If you like George M. Welling, you may also like: